The Tipping Point #boektip

Onlangs heb ik het boekje ‘The Tipping Point’ van Malcolm Gladwell uitgelezen. Gladwell schrijft erin over epidemieën en benoemt een paar factoren die leiden tot een ‘tipping point’, oftewel, keerpunt waarna iets zichzelf verspreidt.

Hij beschrijft drie factoren waaruit een Tipping Point bestaat: ‘The Law of the Few’, ‘The Stickyness Factor’, en ‘The Power of Context’.

‘The Law of the Few’ gaat over de mensen die verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van een boodschap. Bijvoorbeeld een nieuwe soort schoen, bewustzijn over de opwarming van de aarde, of een virus/bacterie die doorgegeven wordt. Gladwell stelt dat voor een epidemie maar weinig mensen nodig zijn.
Als het maar de goeie zijn.

De boodschappers zijn onder te verdelen in drie categorieën: ‘connectors’, ‘mavens’ en ‘salesmen’.

Connectors zijn experts in het koppelen en leggen van links tussen mensen. Niet alleen kennen ze veel mensen, ze kennen mensen uit veel verschillende werelden. Gladwell haalt een voorbeeld erbij van een vrouw die zowel in de kunstwereld als de politiek als een aantal andere werelden heeft gewerkt. Deze diversiteit is essentieel voor het overbruggen van werelden. Wil je een idee verspreiden naar verschillende werelden? Zorg ervoor dat een paar connectors van je idee weten en weten wat ze ermee moeten. Martijn Aslander is een mooi voorbeeld van een connector.

Dan Mavens, experts in hun veld. De echte connaisseurs. Iedereen kent er wel een paar: een vriend van je die je raadpleegt voor nieuwe muziek of films. Nalden heeft er zijn werk van gemaakt en leeft er heel goed van. 22tracks.com is een bedrijf specifiek toegespitst op het zijn van een maven. Een maven kent niet per se heel veel mensen, mensen kennen hem. Ze gaan naar hem toe voor informatie want een maven is een autoriteit op een specifiek gebied.

Salesmen, het woord zegt het al gelijk, zijn verkopers. En dat is wat ze doen. Ze zijn briljant in het leggen van een brug tussen tussen wat ze weten (bijvoorbeeld over een nieuw product) en wat iemand wil. En bovenal zijn ze meester in gespreksvoering. Ze geven je een duwtje in de rug en het vertrouwen dat wat je koopt (of aanneemt, of uitprobeert) werkt.

In ‘The Stickyness Factor’ gaat het over de inhoud van de boodschap en hoe goed deze blijft hangen. Je kunt nog zo’n goed team aan connectors, mavens en salesmen aan het werk hebben, als je boodschap niet plakt gebeurt er niks. In dit hoofdstuk pakt Gladwell er een paar sprekende voorbeelden bij van Sesamstraat en Blue’s Clues. Hij stelt dat door een product heel scherp op een specifieke groep te richten, om vervolgens veel te testen en goed te luisteren naar hoe de groep reageert, je enorm ver kunt komen. Ook hier weer geldt dat er niet veel voor nodig is om een epidemie te stimuleren, het zit veel vaker in de details.

Tot slot spreekt Gladwell over ‘The Power of Context’. Uit studies blijkt de omgeving van een mens bijzonder invloed te hebben op hoe hij of zij zich gedraagt. Een sterk voorbeeld vond ik de criminaliteit in New York City die tussen 1960 en 1984 toegenomen was tot ruim 2000 moorden en 600.000 serieuze misdaden per jaar (meer dan 5 moorden per dag). De metro was in die tijd een broedplek voor criminaliteit. Gladwell vertelt dat, hoewel de criminaliteit ernstig was toegenomen, er in de psyche van de bewoners van NYC weinig verandert is. Het is echter de context die uitnodigt om crimineel gedrag te vertonen. Het wordt het ‘Broken Window’ effect genoemd dat wanneer er ergens in een straat een ruit gebroken is en deze niet wordt vervangen het een flinke stap richting verpaupering van de wijk is. Het is het startpunt van een epidemie van crimineel gedrag. In de metrostations betaalde bijna niemand voor een kaartje: iedereen sprong over de poortjes heen. Het was ‘normaal’. Elk treinstel was smerig en vol graffiti. Ook ‘normaal’. Iedereen in de trein was op haar hoede voor geweld. ‘Normaal’. Het was de politie uiteindelijk gelukt om de criminaliteit sterk terug te dwingen door zich op de schijnbaar ‘onbelangrijke details’ te richten: elk treinstel werd iedere dag schoon gemaakt, iedereen die over een poortje sprong kreeg een flinke boete en werd gefouilleerd. Het aanpakken van de context zorgde ervoor dat de drempel naar crimineel gedrag weer verhoogd werd, waardoor het gedrag afnam.

De ‘Tipping Point’ is samen te vatten in ‘content’ (hoe sticky is jouw boodschap?), ‘context’ (in welke wereld speelt het zich af) en de mensen die een brug slaan tussen de twee door het te verspreiden naar een nieuwe wereld (connectors), binnen die wereld erover te vertellen (mavens) en sceptici een duwtje in de rug te geven om het ook te gebruiken of proberen (salesmen).

Het boek mag dan 11 jaar oud zijn, het is ontzettend relevant. Waar Seth Godin’s ‘Tribes’ uitnodigt om je eigen groep te bouwen om je idee te verspreiden, geeft ‘The Tipping Point’ een dieper en uitgebreider beeld van hoe dat te doen. Ik denk dat het daarom een uitstekende aanvulling op elkaar is.

Thesis hoofdstuk 4.4: Conclusie onderzoek

4.4 Conclusie onderzoek
Het omgevingsonderzoek vormde de bron van motivatie en het startpunt van deze zoektocht. Alle boeken die ik erover gelezen heb gaven het verhaal context en diepgang. Door via het project Download Probleem Opgelost met allerlei mensen uit de industrie te praten en zoveel meningen en ideeën tegenover elkaar te zetten ben ik uiteindelijk tot een conclusie gekomen waaruit blijkt dat de huidige muziekindustrie zichzelf uit de markt zal plaatsen door anderen niet toe te laten. Dit zal ik hieronder toelichten.

4.4.1 Ontwrichtende technologie
Internet is een typisch voorbeeld van ‘disruptive technology’ en het heeft invloed op elke markt waarbij het verdien model gebaseerd is op verkoop van een digitale kopie. Zoals Kevin Kelly het in ‘Better Than Free’ stelt:
“The internet is a copy machine. At its most foundational level, it copies every action, every character, every thought we make while we ride upon it. […] When copies are super abundant, they become worthless. When copies are super abundant, stuff which can’t be copied becomes scarce and valuable.”

4.4.1.1 Democratiserend effect op productie
De wet van Moore toont aan dat iedere anderhalf jaar de prijs van een transistor halveert. Dat houdt in dat iedere anderhalf jaar de capaciteit van computers verdubbelt terwijl de prijs gelijk blijft. Met een laptop van € 1.000, een geluidskaart van € 300, een set microfoons van € 500, kabels, hoofdtelefoon en andere randapparatuur voor € 200 en freeware software heb je voor € 2000 de mogelijkheid om jezelf op te nemen. Elke muzikant uit Nederland kan op de één of andere manier wel aan die € 2000 komen.

4.4.1.2 Democratiserend effect op distributie
Op gebied van distributie is het effect van ‘disruptive technology’ misschien nog wel groter: Internet heeft de toegang tot ‘het grote publiek’ voor iedereen mogelijk gemaakt. Middels kanalen als YouTube, Bandcamp, MySpace, Twitter, Facebook en dergelijke is er geen gatekeeper nodig om een groot publiek te kunnen bereiken.

4.4.2 Sociologische groei
Het ontstaan van het zogeheten ‘desktop publishing’, het zelf kunnen publiceren van content vanaf je eigen bureaublad, heeft op verschillende manieren invloed op hoe consumenten tegen content aankijken.

4.4.2.1 De long tail van muziek is toegankelijk
Er ontstaan steeds meer distributie kanalen. Dankzij digitale distributie is het mogelijk om de volledige long tail van muziek, ons totale muzikale cultureel erfgoed, aan te bieden. Dat betekent dat het niet langer enkel de massa media zijn die de consument vertellen wat te moeten luisteren. De consument mag kiezen. De consument moet zelfs kiezen: er is meer muziek beschikbaar dan in één mensenleven te beluisteren is.

4.4.2.2 Evolutie
Keuzemogelijkheid leidt tot kiezen. De gemaakte keuze is weer een reflectie van je identiteit. Toename is keuzemogelijkheid resulteert in een toename van subculturen. Zoals in dit filmpje, een interview met designer Jeff Staple, op 45 seconden te zien is, bestaat een stad New York niet uit één specifieke stijl. De stijl van New York is juist dat er zoveel diversiteit aanwezig is.

4.4.2.3 Sharing is caring
Muziek beleven gaat verder dan ‘enkel’ luisteren. Hoe fijn is het om je vrienden te laten weten wat jij fantastisch vindt? De consument wordt actiever en gaat in gesprek met zijn of haar favoriete artiest door op Facebook of via Twitter berichtjes te sturen. Sommige consumenten gaan nog verder en maken een eigen versie van hun favoriete muziek.

Het early adopter circuit van de consument omarmt de open informatie samenleving. Dat wil zeggen: steeds meer mensen delen en geven, zonder daar iets voor terug te willen. Het lijkt een vrij hippieachtige manier van leven, maar ik zie het als een trend richting bewuster leven.

4.4.3 Economische verschuiving
Door de technologische vooruitgang, waardoor veel meer geproduceerd en gepubliceerd wordt, en de sociologische groei, waarbij de consument op een actieve manier muziek beleeft, ontstaat er een economische verschuiving van schaarste, naar overvloed.

4.4.3.1 Niche versus hits
Zoals al bij 4.4.2.1 ‘De long tail van muziek is toegankelijk’ werd geconstateerd: meer keuze leidt tot meer kiezen, leidt tot meer subculturen. De consument kiest voor een niche-cultuur, in plaats van een hit cultuur.

4.4.3.2 Wikinomics
In het gelijknamige boek geschreven door Don Tapscott en Anthony D. Williams wordt een nieuw fenomeen uitgelegd. Massale samenwerkingen die online plaatsvinden. Een enorme hoeveelheid mensen geeft een klein gedeelte van haar vrije tijd om zo samen iets groots, bijvoorbeeld Wikipedia, te maken. Zo geldt dat ook voor het, soms illegaal, delen van bestanden en remixen van muziek.

De consument transformeert naar een open deel-cultuur.

4.4.3 Impact op de partijen
De consument is geëvolueerd naar actieve consumptie en er is een groep opgestaan die op zoek is naar meer betekenis. De artiesten en componisten zijn zelfstandiger geworden en zullen dat meer gaan doen. Muziekmaatschappijen en uitgeverijen worden ingezet als marketing voertuigen en distributiekanalen.

4.4.4 Terugkoppeling op probleemstelling
Voor dit hoofdstuk heb ik aangekaart dat het probleem bij distributie moet liggen. De industrie heeft tot zo ver altijd geroepen dat illegaal bestanden delen en CD’s kopieren geleid heeft tot de halvering van de muziekindustrie. Ik mag uit dit onderzoek constateren dat dit ten dele waar is. Wat echt waar is, is dat de consument op een andere manier muziek beleeft en wil beleven. De consument wil meer meemaken dan enkel de ‘korte kop’ van de long tail, oftewel het topje van Sector 1. Daarnaast wil de consument muziek beleven op een nieuwe manier: delen, remixen, echt beleven. De industrie verkoopt kopieën van een origineel bestand. Sinds deze digitaal verkrijgbaar zijn weet de consument dat er geen schaarste meer is. Toch houdt de industrie zich bezig met het creëren van een fictieve schaarste om meer geld te kunnen verdienen door middel van Digital Rights Management, DRM, en release windows. De consument is niet langer voor de gek te houden.

Biedt de consument wat deze wil en de consument is daar bereid voor te betalen. Geld is niet het probleem, waarde is het probleem. Anders werden er ook niet zoveel iPod’s verkocht.